De St. Jacobsschelp is een zeer gewilde delicatesse die zowel zonder (dus schoongemaakt) als met schelp te koop is. De schelpdieren worden op menukaarten vaak aangeduid als coquilles (de St. Jacques): witte cilindervormige stukjes vlees met oranje kuit. Coquilles worden kort gebakken en behouden zo hun zachte structuur en smaak. Veel kruiden zijn niet nodig om het schelpdier op smaak te krijgen, want het heeft van zichzelf al een pikante smaak. De eigenlijke naam van de St. Jacobsschelp is grote mantel (pecten maximus). Door een vergissing was er eerder namelijk al een andere schelp naar Sint Jacob vernoemd.