Mosselen zijn niet alleen lekker, ze zijn ook nog eens heel gezond. En ze zijn tegenwoordig bijna het hele jaar te koop. Dus niet alleen als de ‘r’ in de maand zit.

Mosselen zijn weekdieren, die vooral in de kustgebieden leven. In het voorjaar en de zomer vindt de voortplanting plaats. Het mosselseizoen loopt van juli tot mei, dus niet alleen als de 'r' in de maand zit. Vers zijn ze dus bijna het gehele jaar te koop. Toch eten we traditioneel met z’n allen vooral in het najaar mosselen.

 

Herken de mossel

De schelp van de mossel, de Mytilus edulis, heeft een blauwzwarte kleur. De binnenkant is parelmoer-glanzend. De maximale lengte is ongeveer 13 cm.

Koken met mosselen

Mosselen hebben een zilte, fris-zoete smaak. Mosselen kunnen op veel manieren bereid worden. Al is de klassieke wijze van klaarmaken met witte wijn, prei, ui, wortel en selderij natuurlijk het bekendst.

Lekker en gezond!

Mosselen eten is heerlijk en gezond tegelijk. Mosselen bevatten veel eiwitten en weinig vet. Bovendien zijn mosselen rijk aan mineralen, kalk, fosfor en vitaminen. Het vet van de mossel behoort tot de categorie van de onverzadigde vetzuren, zodat het eten van mosselen je cholesterolgehalte niet verhoogd. Verder hebben mosselen een hoog jodiumgehalte en bevatten ze seleen, koper en ijzer. Regelmatig mosselen eten is dus gezond.

Echte Zeeuwse mosselen?

Mosselen komen in Nederland op grote schaal in twee gebieden voor: de Oosterschelde en de Waddenzee. Deze gebieden zijn ideale kweekplaatsen voor mosselen. In de Waddenzee zijn de meeste kweekpercelen. Hoewel dus een groot deel van de mosselen afkomstig is uit de Waddenzee mag toch gesproken worden van 'Zeeuwse' mosselen. Alle mosselen die in Nederland worden verhandeld, verwateren namelijk in de Oosterschelde. Verwateren betekent: zandvrij spoelen. Door het verwateren in de Oosterschelde krijgt de mossel het predicaat 'Zeeuws' mee. Wist je trouwens dat de enige mosselveiling ter wereld is gevestigd in Yerseke?

Natuurlijk aanbod

Hoewel er sprake is van cultuur, zijn de mosselkwekers in grote mate afhankelijk van de natuur. De zee zorgt voor een natuurlijk voedselaanbod, waarna het mosselzaad (piepkleine mosseltjes) op de gepachte percelen uit kan groeien tot mosselen die geschikt zijn voor consumptie. Twee keer per jaar is er sprake van mosselzaadvisserij. Deze visserij duurt maar enkele weken. De opgeviste mosseltjes laat de kweker vallen op die percelen waarvan hij denkt dat ze daar het best verder kunnen groeien. Opvallend is dat het perceel waarop de mossel groeit, doorslaggevend is! Al is het mosselzaad van matige kwaliteit, op een goed perceel kunnen dan toch prima consumptiemosselen worden gekweekt.

 

Natte landbouw

Na twee jaar is het mosselzaad uitgegroeid tot een consumptiemossel. Tussendoor bewerkt de kweker zijn perceel zodanig dat de mosselen zo optimaal mogelijk kunnen groeien. Door het opvissen van de consumptiegeschikte mosselen, komen er weer percelen vrij. Daar kan de kweker weer onvolgroeide mosselen op loslaten. Op deze wijze is hij continu bezig met het optimaal gebruik maken van zijn kweekgebied. Mosselkweek wordt dan ook wel een vorm van natte landbouw genoemd.